Ministerie van Algemenen Zaken

SZW-dagen

Impressies werksessies

mojoimagealt-743-alt

Op de SZW-dagen kon er gekozen worden uit verschillende workshops, voorlichtingen en een discussietafel. Van diverse werksessies is een impressie gemaakt, die u hieronder kunt lezen.

Thema 1: Werken naar vermogen

WWNV-quiz ‘Weten naar vermogen’
Aan de slag met loondispensatie
Samenwerken aan de herstructurering van de sw-sector
Nieuwe doelgroep voor gemeenten: jongeren met een arbeidsbeperking
Implementatie WWB: stand van zaken en delen eerste ervaringen
Door vakmanschap de effectiviteit binnen uw eigen organisatie verhogen

Thema 2: Rechten en plichten in balans

Goed voorbereid uitvoering geven aan de nieuwe fraudewet
Achtergronden en consequenties wetsvoorstel Naleving arbeidsinschakeling
Besparingsmogelijkheden door bestandskoppeling
Tips voor informatiegestuurd handhaven

Thema 3: Kansen door samenwerking

Discussietafel Regionale samenwerking zorg - onderwijs – arbeidsmarkt
Samen naar (regionale) werkgeversdienstverlening
Locus en Post NL: voorbeeld van een partnerschap
Bijstands- en verblijfsrecht vreemdelingen en informatie-uitwisseling gemeenten – IND
Van geïntegreerde naar complementaire dienstverlening voor werkzoekenden
Nieuwe verbindingen Wmo – WWNV
Noodzaak en dilemma’s: intergemeentelijke samenwerking in de uitvoering van de WWNV
Digitale dienstverlening en ICT systemen: what’s in it for me?
Opstellen plannen integrale schuldhulpverlening

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Thema 1: Werken naar vermogen

Met de Wet werken naar vermogen komt er één regime voor iedereen met arbeidsvermogen die voorheen een beroep deden op Wajong, Wsw of WWB/WIJ. Zoveel mogelijk mensen moeten aan het werk. Dat is sociaal wenselijk maar ook economisch én financieel noodzakelijk.

WWNV-quiz ‘Weten naar vermogen'
Impressie (nog) niet beschikbaar.

Aan de slag met loondispensatie
In de werksessie heeft Research voor Beleid resultaten uit de voortgangsrapportage pilot Loondispensatie gepresenteerd. Daarnaast verzorgden drie verschillende pilotgemeenten een presentatie over de ervaringen met het instrument. De presentaties werden positief ontvangen, wel hadden gemeenten technisch inhoudelijke vragen over het instrument loondispensatie en de inzet daarvan, mede in relatie tot de toegangstoets en de loonwaardebepaling. Er waren gemeenten die het belang van het instrument zagen, namelijk als extra kans om mensen aan het werk te krijgen. Zo staat bijvoorbeeld de pilotgemeente Oldenzaal er ook in: loondispensatie is het enige instrument wat zij werkgevers bieden en samen met de werkgever gaan zij op zoek naar de beste plek. Bij beide partijen bevalt deze aanpak. Uiteindelijk zijn het ontzorgen van de werkgever en begeleiden van de werknemer succesfactoren voor het slagen van de plaatsing.

Samenwerken aan de herstructurering van de sw-sector
De werksessies over de herstructurering van de sw-sector zijn goed bezocht door (voornamelijk) vertegenwoordigers van gemeenten en (in mindere mate) sw-bedrijven, UWV en anderen. De presentatie van Ergon (Eindhoven e.o.) maakte zichtbaar dat dit sw-bedrijf financieel en bedrijfsmatig een goed voorbeeld is in de sector, maar niet representatief is voor de sector. Ergon speelt op toekomstige ontwikkelingen in door:
• Als vertrekpunt te nemen dat transitie noodzakelijk is;
• Te saneren door met een derde van de professionele bezetting te krimpen;
• Detacheren een belangrijk vertrekpunt te blijven vinden;
• Na te denken en te spreken met zorginstellingen. Bovendien worden de toekomstmogelijkheden van de kwekerij bezien. Daar werken de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt. Door budgetten te koppelen zou de toekomst van de kwekerij veilig gesteld kunnen worden.
Uit de discussie in de werksessies blijkt:
• Grote verschillen tussen sw-bedrijven, zowel financieel als bedrijfsmatig;
• De rol van werkgevers in het toekomstige concept komt nauwelijks aan de orde. Gesprek zit veelal nog op het niveau van gemeenten/sw-bedrijven;
• Goede verhoudingen/relatie tussen sw-bedrijven en gemeenten zijn essentieel om tot gedragen afspraken/besluitvorming te komen;
• Door de herstructurering is het gevaar aanwezig dat de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt het kind van de rekening worden. Daarnaast ontstaat het beeld dat de wachtlijstproblematiek zal toenemen. 

Nieuwe doelgroep voor gemeenten: jongeren met een arbeidsbeperking
Impressie (nog) niet beschikbaar.

Implementatie WWB: stand van zaken en delen eerste ervaringen
Tijdens deze werksessie werd in drie groepen gediscussieerd over onderstaande drie onderwerpen en werden ervaringen gedeeld van het werken gedurende de eerste maanden van 2012 met deze nieuwe maatregelen.
Vier weken zoektijd voor jongeren onder de 27 jaar
Tijdens de discussie over de vier weken zoektijd is het antwoord van de staatssecretaris op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over jongeren in detentie en in een jeugdzorginstelling onder de aandacht gebracht. Meer informatie over deze vragen en de antwoorden hierop staat in de eerstvolgende Verzamelbrief en op de website van de Tweede Kamer www.tweedekamer.nl (Vergaderjaar 2011-2012, Aanhangselnummers 1432 en 1632). Zie ook deze link.
Verder kwam tijdens de discussie over de vier weken zoektijd naar voren dat een aantal gemeenten vóór de wijziging van de WWB al een zoektijd hanteerden. Ook blijkt bij een aantal gemeenten nu een zoektijd ten aanzien van mensen vanaf 27 jaar te gelden.
Opvallend was het kritische geluid van veel gemeenten over de rol van het UWV bij de uitvoering van de vier weken zoektijd. Het UWV neemt volgens die gemeenten zijn taak niet serieus en wijst jongeren niet op hun verplichtingen tijdens de vier weken zoektijd.  Een aantal gemeenten heeft dit opgelost door standaard informatiemateriaal voor de jongere over zijn verplichtingen te ontwikkelen en aan het UWV ter beschikking te stellen. Het UWV kan dit aan de jongere meegeven zodra hij of zij zich meldt bij het UWV voor bijstand. Ook een digitale variant hiervan werd genoemd. Naar voren kwam in ieder geval dat het UWV uit zichzelf nauwelijks initiatieven neemt en dat de gemeente hierin de samenwerking moet zoeken.
Huishoudinkomenstoets en gezinsbijstand
Er werd een levendige discussie gevoerd over de huishoudinkomenstoets en gezinsbijstand, waarbij ervaringen werden gedeeld. Gezien het onlangs gesloten Begrotingsakkoord 2013 met de daarin opgenomen afspraak om de huishoudinkomenstoets te laten vervallen, is het niet zinvol deze ervaringen nog in breder verband te delen.
Tegenprestatie
De deelnemers zijn met elkaar in gesprek gegaan over hun ervaringen met de tegenprestatie. Dat is een bevoegdheid van gemeenten om van mensen met een WWB-, IOAW- en IOAZ-uitkering een maatschappelijk nuttige activiteit naar vermogen te verlangen als tegenprestatie voor de uitkering.
Gemeenten die gebruik maken van deze bevoegdheid, noemden o.a. de volgende maatschappelijk nuttige activiteiten als tegenprestatie: het verrichten van klussen voor een bepaalde wijk, schoonmaken van verkeersborden in de gemeente, deelnemen in een cliëntenraad, kleine klussen voor ouderen die thuis wonen. Een sociale dienst vertelde aan dat zij de activiteiten voor een tegenprestatie niet zelf verzinnen, maar dat zij andere gemeentelijke diensten vragen welke activiteiten verricht kunnen worden als tegenprestatie. Deze diensten moeten dan zelf zorgen voor de begeleiding van de WWB-ers.
Een aantal gemeenten gaf aan teneinde de WWB-ontvanger  te motiveren bij de tegenprestatie, een palet aan mogelijke activiteiten wordt voorgelegd waaruit gekozen kan worden, of wordt aan de betrokkene gevraagd wat hij als tegenprestatie zou willen doen.
Uit de discussies bleek de tegenprestatie ook een aantal terugkerende vragen op te roepen: waarom een tegenprestatie als ik diezelfde activiteit ook als sociale activering of re-integratie voorziening kan bieden; de tegenprestatie en additioneel werk gaan niet samen; wat kan ik vragen als tegenprestatie en hoe organiseer ik dat en handhaaf ik deze plicht vervolgens.
Uit de gesprekken bleek dat een aantal gemeenten de tegenprestatie op een later moment gaan invullen omdat al veel veranderingen op hen af komt. Ook waren er gemeenten die hadden besloten om geen tegenprestatie te verlangen uit politiek oogpunt of omdat de gemeente al over voldoende instrumenten beschikt om mensen te activeren. De tegenprestatie zou niets extra’s bieden.

Door vakmanschap de effectiviteit binnen uw eigen organisatie verhogen
Impressie (nog) niet beschikbaar.

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Thema 2: Rechten en plichten in balans

Voor de houdbaarheid van het sociale zekerheidsstelsel is het noodzakelijk dat er meer balans tussen rechten en plichten komt en toezicht en sanctiebeleid wordt aangescherpt. 

Goed voorbereid uitvoering geven aan de nieuwe fraudewet
In deze werksessies is uitgebreid ingegaan op het wetsvoorstel aanscherping handhavings- en sanctiebeleid dat op 20 maart bij de Kamer is ingediend. Uit de discussies in de verschillende werksessies komt als gemeenschappelijk beeld naar voren dat gemeenten het eens zijn met het uitgangspunt dat fraude met bijstand niet mag lonen en daarom stevig aangepakt moet worden. Veel gemeenten geven aan dat zij door het verlies van beleidsvrijheid geen maatwerk meer kunnen leveren. Zij vrezen dat de aanscherping van het sanctiebeleid tot onwenselijke maatschappelijke effecten zal leiden en tot niet te incasseren vorderingen. Daarnaast is stilgestaan bij activiteiten die gemeenten zullen gaan ontplooien om de wet te implementeren, zoals:
•       Het aanpassen van verordeningen
•       Het aanpassen van de ICT en registratie van de boetes conform CBS-richtlijn
•       Gerichte voorlichting aan clienten
•       Het inregelen van de bestuurlijke boete, de recidivesystematie en de incasso
•       Opleiding en professionalisering.
Vooral de professionaliseringslag gericht op cultuurverandering bij de medewerkers werd als aandachtspunt gezien.
Daarnaast verzorgde de gemeente Groningen een presentatie over de wijze waarop zij vooruitlopend op het nieuwe wetsvoorstel voorbereidingen treffen voor de invoer van de nieuwe sancties. Opvallend was de innovatieve wijze waarop Groningen dit aan wil gaan pakken. Door een belangrijk deel van de capaciteit in te zetten op voorlichting, preventie en de poortwachterfunctie verwacht Groningen dat fraude teruggedrongen kan worden en voorkomen wordt dat terugvorderingen oplopen en bestuurlijke boetes qua hoogte beperkt kunnen blijven.

Achtergronden en consequenties wetsvoorstel Naleving arbeidsinschakeling
Het wetsvoorstel Naleving arbeidsinschakeling was tijdens de SZW-dagen volop in voorbereiding en dus nog niet openbaar. Tijdens de werksessie zijn de voornemens van het kabinet ten aanzien van het aanscherpen van maatregelen (sancties), informatieplicht en bevordering uitvoerbaarheid van de WWB toegelicht. Uit het zogenaamde kennisrondje (zie presentatie) bleek onder andere dat de meeste deelnemers aan de sessie niet doordrongen waren van het feit dat ook thans reeds het al dan niet opleggen van een maatregel bij verwijtbaar handelen van de bijstandsgerechtigde, geen vrijblijvende bevoegdheid is voor de gemeenten, maar een verplichting. In dit verband bezien, beoogt het opnemen van centrale sanctienormen in de WWB dan ook vooral de rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en handhaafbaarheid te bevorderen. Diverse deelnemers merkten op dat het opleggen van centrale sanctienormen de beoordeling van het individuele geval (maatwerk) wegens het ontbreken van wettelijke- c.q. beleidsruimte onder druk zet. De deelnemers aan de werksessie gaven er overigens blijk van zeer geïnteresseerd te zijn in de wettelijke instrumenten die de WWB heeft én krijgt om de uitvoering van de WWB op het punt van de naleving arbeidsverplichtingen te verbeteren. 

Besparingsmogelijkheden door bestandskoppeling
Tijdens de afgelopen SZW-dagen gaf het Inlichtingenbureau de werksessie ‘Besparingsmogelijkheden door bestandskoppeling’ (werkthema Rechten en plichten in balans). Na een korte introductie door SZW, gingen wij de discussie met elkaar aan. Want moet je fraude opsporen tot de laatste cent? Gaat privacy boven rechtmatigheid? Er bleek genoeg te bespreken. Dat leidde tot stevige discussies, maar de nuance werd ook gezocht. Het Inlichtingenbureau vond het drie zeer interessante sessies en de aanbevelingen en opmerkingen worden zeker ter harte genomen. Dank hiervoor aan de deelnemers!

Tips voor informatiegestuurd handhaven
Ook dit jaar was ‘ Basiskleuren’  het thema van de SZW-dagen. Verschillende workshops en lezingen vonden plaats in Utrecht, Eindhoven en Zwolle. De lijnen van het kabinet zijn uitgezet; veel moet in 2012 nog verder ingekleurd worden. Tijdens de SZW-dagen werd men bijgepraat over de actuele stand van zaken. Er werd gezamenlijk gekeken naar de resultaten tot nu toe en van elkaar geleerd door kansen en oplossingen te delen.
Dit jaar deed BKWI mee in de vorm van het geven van een workshop over: Tips voor informatiegestuurd handhaven. Tijdens de workshop werd stil gestaan bij informatie-gestuurd handhaven door middel van een casus waarbij een sociaal rechercheur tips gaf vanuit de praktijk. Aan de hand van de casus kwam ook de discussie goed op gang tussen sprekers en het publiek. Het was een interactieve workshop. De deelnemers deelden informatie over de verschillende werkwijzen in de gemeenten en de manieren waarop Suwinet en sociale media kunnen worden toegepast voor hulp t.b.v. het opsporen van fraude.
De vraag die vaak terug kwam: Hoever mag je gaan bij het zoeken in social media (denk aan de privacy en beveiliging) naar waardevolle informatie en wat is de toegevoegde waarde van die informatie. Het is een openbare bron en de burger schrijft wat hij kwijt wil aan een ieder die het wil weten. Daarnaast werd aandacht besteed aan de wijze waarop BKWI kan bijdragen aan wensen en vragen vanuit de deelnemers. Opvallend was dat er diverse tools op de markt zijn die het risico gestuurd werken ondersteunen. De meeste gemeenten zijn tevreden over de tools die beschikbaar zijn, waarbij elke tool zijn eigen specialiteit heeft.
De wens van de aanwezigen is dat er een overzichtspagina op Suwinet-Inkijk moet komen die in een oogopslag het "klantbeeld" laat zien. BKWI is bezig de wensen in kaart en uitvoering te brengen. De workshop van BKWI was goed bezocht en had een positieve eindwaardering.

________________________________________________________________________________________________________________________________

Thema 3: Kansen door samenwerking

Samenwerken op regionaal niveau biedt kansen. Zowel samenwerking tussen gemeenten onderling, tussen gemeenten en UWV als tussen publieke en private partijen kan ervoor zorgen dat er meer mensen aan het werk komen. 

Discussietafel Regionale samenwerking zorg - onderwijs - arbeidsmarkt
Utrecht 12 april
Op de SZW dag te Utrecht stond het Arbeidstrainingcentrum ATC Amersfoort als voorbeeld voor regionale samenwerking tussen zorg onderwijs en arbeidsmarkt. Hans Extra en Lotti van Geel lichten toe dat ATC op dit moment ruim 300 jongeren uit de regio begeleidt. Het gaat om (jong)gehandicapten (sociaal of psychisch), vroegtijdig schoolverlaters en jongeren die vanwege psychosociale of sociaal-emotionele problematiek geen plek op de arbeidsmarkt kunnen verkrijgen, of die hierbij begeleiding nodig hebben. Het idee achter ATC Amersfoort is om deze jongeren via een praktijkgericht trainingsprogramma en intensieve stagebegeleiding een kans te geven op de arbeidsmarkt. Naast ATC Amersfoort is er een aparte stichting, ATC Match, die zich volledig toelegt op coaching en re-integratie en een arbeidsbemiddelingsbureau, Blinct, dat de jongeren detacheert en daarmee administratieve zorgen wegneemt aan de kant van de werkgevers. Jongeren beginnen met een interne periode waarbij wordt gewerkt in een realistisch vormgegeven trainingssituatie en de deelnemer intensief en individueel begeleid wordt. Pas daarna, tijdens de externe stage, maakt de jongere de overstap naar een bedrijf en wordt dan begeleid door een stagecoach. Deze jobcoach is de spil tussen de deelnemer, het onderwijs en de werkgever. De relatie met de werkgever is van cruciaal belang en natuurlijk is er de relatie met de jongeren zelf. Het ATC vergelijkt zich met het concept van De Werkschool waar het ook om deze doelgroep draait en waar ook het contact met werkgevers wordt gelegd om te zien waar hun behoefte aan personeel ligt. Vanuit de gemeente Amersfoort benadrukt Jacco Leppers dat vraaggericht werken een goede ingang is voor succes. In de regio Utrecht Oost is Amersfoort samen met het UWV actief in een werkgeverservicepunt. Als publieke dienstverleners moet je rekening houden met het feit dat werkgevers economisch rendement willen behalen. Het ontzorgen van de werkgever is daarnaast van groot belang. Werkgevers zijn onzeker over de toekomst, willen daarom risico’s mijden en kijken net verder dan 1 jaar vooruit. Op individuele basis gaat het werkgevers servicepunt met werkgevers in contact en dan weet je waar de behoefte ligt. Deelnemers in de discussie geven voorbeelden van kleinschalige regionale samenwerking waarbij jongeren/leerlingen succesvol worden geplaatst in de transportsector en logistiek en in de zorgsector en daarbij worden gekoppeld aan een jobcoach. Geconstateerd wordt dat een succesvolle aanpak voor de kwetsbare groep jongeren mogelijk is. Wel wordt daarbij opgemerkt dat er een veelheid aan regels is die het soms moeilijk maakt naar samenwerking te zoeken en dat er een grote snelheid is in veranderingen. Graag zou men zien dat op Rijksniveau de departementen zoeken naar samenhang.

Eindhoven 19 april
De Werkschool is een landelijke formule die op regionaal niveau ruimte schept voor maatwerk. De concrete invulling in de regio bepalen scholen, jongeren en werkgevers zelf. De Werkschool Eindhoven is onlangs gestart licht directeur Sybille van Weert toe. Via deze Werkschool worden kwetsbare jongeren die te kampen hebben met ernstige gedragsproblemen en die moeilijk aan de slag kunnen komen aan een baan geholpen. Het initiatief is vooral bedoeld voor leerplichtige leerlingen tussen de 16 en 21 jaar van het voortgezet speciaal onderwijs en de praktijkschool. De Werkschool  heeft contacten met onderwijsinstellingen en samen leggen zij hun afspraken over de arbeidsmarkttoeleiding vast in een inkoopcontract. Bij De Werkschool ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de gemaakte afspraken inzake arbeidsmarkttoeleiding, inclusief de benodigde zorg en begeleiding. De Werkschool werkt met een zogenoemde werkschoolregisseur in de regio die contacten legt tussen scholen en werkgevers. Een jobcoach begeleidt de individuele leerlingen. Een directeur van een fietsfabriek te Utrecht waar leerlingen vanuit VSO en PRO werken, geeft aan dat deze doelgroep het beste af is met het leren in een levenechte context. Werk is volgens hem de ideale context voor deze jongeren. Ook de directeur van de Mytylschool Eindhoven, Theo Goossens geeft aan dat de jongeren niet gepamperd moeten worden zoals in feite jarenlang door scholen en ook ouders zelf is gebeurd, maar dat fundamenteel anders naar deze jongeren moet worden gekeken om hen een kans bieden om te participeren. Theo Goossens is van mening dat je op leerlingniveau moet kijken hoe deze op de juiste plek terecht komt. Daarbij moet je over je eigen schutting kunnen kijken en gebruik maken van andere organisaties. Een deelnemer in de discussie vanuit een SW-bedrijf zegt dat dit ook in zijn bedrijf geldt en vraagt zich af of De Werkschool gebruik maakt van de al bestaande infrastructuur van onder meer SW- bedrijven in de regio. Hans Tilman van de gemeente Eindhoven geeft aan dat de gemeente achter dit nieuw gestarte concept van De Werkschool staat en ziet vooral het belang om alle partijen samen te brengen: bedrijfsleven/MKB, SW-bedrijven en scholen.

Zwolle 25 april
In deze discussietafel  regionale samenwerking zorg- onderwijs – arbeidsmarkt draait het om de regionale samenwerking van organisaties die zich sterk maken voor  jongeren. De website JONCA.NL is een interactief platform waar jongeren uit de regio IJssel – Vecht in de leeftijd van 16 tot en met 27 jaar alles over werken en leren kunnen vinden en ook kunnen chatten met een virtuele Jonca die jongeren helpt met hun vragen. Marianne Sinnema licht toe hoe Jonca werkt. Het idee is simpel. Jonca is een ontmoetingsplek voor jongeren én voor overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Bij de discussie was ook Mike uitgenodigd, een jongen die daadwerkelijk chat met de ‘cliënten’. In de discussie kwam naar voren dat het goed is om  een flexibele organisatie voor jongeren te hebben die aansluit bij de behoeften van jongeren. Zoiets moet niet geïnstitutionaliseerd worden, omdat het jongeren dan minder aanspreekt. Als jongeren worden doorverwezen door Jonca naar maatschappelijke ondersteuning dan neemt de maatschappelijk werker in principe het initiatief om een afspraak met de jongeren te plannen om te kijken waarbij ze hem of haar kan ondersteunen. Dit was voor een dame uit Noord Holland echt een nieuwe manier van werken want zo zei ze: bij ons wordt niemand geholpen als hij of zij haar eigen hulpvraag niet kan formuleren. Ook is gesproken over de samenwerking met UWV. Deze werd door de aanwezigen over het algemeen positief ervaren  Genoemd zijn de veranderingen van het UWV in de dienstverlening aan werkzoekenden de ondersteuning van jongeren. Initiatieven zoals Jonca zullen in de toekomst  voor de doelgroep kwetsbare jongeren een goede rol kunnen vervullen.

Samen naar (regionale) werkgeversdienstverlening
In de 6 sessies is inspiratie vanuit de praktijk geboden op de 3 niveaus waarop werkgeversdienstverlening moet worden vormgegeven. De focus lag daarbij vooral op een aantal organisatorische vraagstukken waar gemeenten en UWV mee te maken hebben. Zo presenteerde Carel Plas, werkgeversadviseur werkplein oost Groningen, hoe er in zijn regio stelselmatig wordt gewerkt aan "de gun factor" bij werkgevers. Veel nadruk op het opbouwen van een duurzame relatie met werkgevers en herkenbaar naar werkgevers via een logo bijvoorbeeld. De regionale samenwerkingspraktijk werd gepresenteerd door Dries Bartelink (sessie Eindhoven) van het werkgeversservicepunt groot Amsterdam, een samenwerkingsverband van de gemeenten, UWV en SW bedrijven in de betreffende regio. Er is een gezamenlijk regionaal marktbewerkingsplan gerealiseerd en gemeenten kunnen lokale werkgeversbenadering (satellieten) combineren met een gezamenlijke regionale aanpak. De regio groot Amsterdam loopt relatief voorop bij andere regio’s en heeft allerlei obstakels moeten overwinnen om tot een harmonieuze samenwerking te komen. Dries Bartelink gaf inzicht in lessen en leerpunten. In een andere sessie presenteerden Selma Altena en Sander Rispens namens de gemeente Leeuwarden en de arbeidsmarktregio Friesland, hoe de Friese gemeenten uitgaande van een lokale en gemeentelijke werkgeversbenadering, alsmede doorontwikkeling van de regionale aanpak jeugdwerkloosheid, tot nieuwe regionale bestuurlijke samenwerking komen. In alle gevallen werd ervoor gepleit vooral te gaan doen en ervaren en werkende weg de samenwerking vorm te geven. De discussies met de zaal werden afgerond met een presentatie van Peter Koppe van de VNG namens de programmaraad VNG/UWV/Divosa, die de aanwezigen voorhield dat er grosso modo 3 varianten in de regionale praktijk van werkgeversdienstverlening worden ontwikkeld. Samenwerking tussen gemeenten onderling en met het UWV en waar mogelijk de SW bedrijven, is onontbeerlijk om goed in te kunnen spelen op de vraag van werkgevers en kansen voor de doelgroepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te benutten. Die samenwerking kent verschillende schaalniveaus, landelijk tot lokaal, waartussen goed geschakeld moeten worden. Een aanspreekpunt op alle niveaus is daarvoor wenselijk. In de tijdens de sessies uitgereikte notitie ( zie ook website SZW-dagen) worden de verschillende ontwikkelvarianten beschreven en voorzien van een aantal afwegingskaders op strategisch, bestuurlijk en tactisch operationeel niveau. Dit kan partijen in de regio helpen bij het maken van eigen afwegingen bij het vormgeven van samenwerking. Op de website www.samenvoordeklant.nl treft u meer informatie met inspirerende regionale praktijkvoorbeelden en andere documenten en/of handreikingen die de werkgroep werkgeversdienstverlening van de programmaraad ontwikkelt.  

Locus en Post NL: voorbeeld van een partnerschap
Impressie (nog) niet beschikbaar.

Bijstands- en verblijfsrecht vreemdelingen en informatie-uitwisseling gemeenten – IND
 - Deze werksessie is helaas komen te vervallen - 

Van geïntegreerde naar complementaire dienstverlening voor werkzoekenden
In zes werksessies verdeeld over drie SZW-dagen vond in de werksessie werkzoekendendienstverlening een verkenning plaats. Vanuit de verschillende perspectieven (gemeenten, UWV en overige dienstverleners) werd snel duidelijk dat er maar één perspectief is dat de boventoon voert: Het perspectief van de werkzoekende. De inzet van de Programmaraad om juist in het belang van die werkzoekende te komen tot complementaire samenwerking, werd dan ook overal onderschreven. De uitdaging ligt hem er echter in op welke manier die samenwerking dan het beste kan worden vormgegeven en hoe eventuele (organisatorische) problemen weggenomen kunnen worden. Ook werd duidelijk dat nog niet overal het informatieniveau -wat is nieuw in de samenwerking, wat staat ons te doen, waarover moeten regionaal afspraken worden gemaakt- gelijk is. De Programmaraad ondersteunt het streven naar complementaire samenwerking door een structuur van werkgroepen en aanjagers. Op de website: www.Samenvoordeklant.nl is alle relevante informatie over dit onderwerp te vinden.

Nieuwe verbindingen Wmo – WWNV
Met de komst van de Wet Werken Naar Vermogen en overgang van de begeleiding AWBZ naar de Wmo in 2013, krijgen gemeenten nog meer verantwoordelijkheid voor de ondersteuning aan kwetsbare burgers. Met deze twee decentralisaties komt er veel op gemeenten af, maar krijgen gemeenten ook de kans om nieuwe slimme verbindingen te leggen tussen de WWNV en de Wmo. Voorbeelden zijn het dwarsverband tussen de (arbeidsmatige) dagbesteding en de Wsw of de invulling van de tegenprestatie of activering via Wmo-voorzieningen. Een nieuwe kijk op het lokale sociale beleid biedt gemeenten de kans om samenhang aan te brengen tussen de verschillende vormen van participatie om daarmee zoveel mogelijk mensen de kans te geven (maatschappelijk) te participeren. In deze workshop krijgt u praktische tips voor het leggen van deze slimme verbindingen.

Noodzaak en dilemma’s: intergemeentelijke samenwerking in de uitvoering van de WWNV
Impressie (nog) niet beschikbaar.

Digitale dienstverlening en ICT systemen: what’s in it for me?
Impressie (nog) niet beschikbaar.

Opstellen plannen integrale schuldhulpverlening
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening treedt op 1 juli aanstaande in werking. Gemeenten bereiden zich voor of hebben dat al gedaan op de verplichting een plan op te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan hun inwoners. Tijdens de 3 werksessies bleek dat  het een actueel onderwerp is  dat veel los maakt. Dat leverde interessante vragen en discussies op. Vanuit de gemeenten Delft, Nijmegen en de ISD Kop van Noord Holland werden korte inleidingen over ervaringen met de totstandkoming van hun beleidsplannen verzorgd. In alle openheid werden door de inleiders vragen van deelnemers beantwoord. Waar loop je tegen aan als je een integraal plan moet opstellen? Hoe zorg je dat het plan door de gemeenteraad wordt geloodst? Waarmee moet je rekening houden? Daarna was er ruimte voor de deelnemers ook met elkaar en met SZW  in gesprek gaan. De meeste uiteenlopende vragen werden gesteld. Wat betekent het dat de wet onmiddellijke werking heeft? Welke beslissingen zijn vatbaar voor bezwaar? Wie worden toegelaten tot schuldhulpverlening? Zijn er mogelijkheden om jongeren zonder afloscapaciteit te helpen? Mogen ZZP’ers in aanmerking komen voor schuldhulpverlening?  Genoeg gesprekstof dus. Deelnemers hebben de kans gegrepen om vragen met elkaar te bespreken en om ook van elkaar te leren.